Beste Hugo

2 februari 2019 – Marijke Volgers

Beste Hugo,

Ik schrijf je deze brief, omdat de sector waar jij verantwoordelijk voor bent, in brand staat. En ik zeg Hugo en jij, omdat je zo graag informeel wordt aangesproken en ik eerlijk gezegd ook helemaal geen zin heb om u te zeggen tegen iemand waarvan ik het gevoel heb dat hij vooral bezig is met een imagocampagne. En met die imagocampagne bedoel ik niet alleen de campagne #ikzorg.
Terwijl jij leuke plannetjes maakt en mooie verhalen houdt over hoe geweldig werken in de zorg toch is, (hoe weet jij dat nou? Je hebt er nooit gewerkt…), staat de sector in brand. Vallen zorgprofessionals om en krijgen steeds minder mensen de zorg die ze zouden moeten hebben. Dat hele gebeuren wordt continu versterkt door de grote problemen die er in de zorg spelen: slecht werkgeverschap, zorgverzekeraars die niet gehinderd door enige zorginhoudelijke kennis snijden in tarieven en budgetten, gemeenten die precies hetzelfde doen… alles gedreven door een focus op de kosten, want we kunnen het met z’n allen niet meer betalen anders, zeg je onze immer glimlachende premier braaf na. Die premier die heel goed zorgt voor grote en rijke bedrijven, en die daarna geen geld meer over heeft voor 1,3 miljoen van zijn eigen hardwerkende mensen.
Ik snap ook wel dat je weinig anders kunt, nu je ministerie aan de leiband van het ministerie van Financien ligt, nadat het debacle (want zo wordt dit verhaal op hoog niveau blijkbaar gezien) met Hugo Borst ruim 2 miljard bleek te kosten. De verpleeghuiszorg krijgt er zoveel geld bij en bijna 1,8 miljard daarvan moet ook nog eens rechtstreeks naar extra personeel op de werkvloer gaan. Lastige opdracht, nu het imago van de zorg zo slecht is en zo weinig mensen de zorg in willen en zoveel mensen de zorg weer uit willen. En dus ga jij hard bezig om dat imago op te poetsen, zodat die 1,8 miljard straks wel echt aan zorgprofessionals uitgegeven kan worden.
Maar terwijl de verpleeghuiszorg er zoveel geld bij kreeg, blijft het adagio voor de andere zorgsectoren: bezuinigen. De constante druk op tarieven door zorgverzekeraars en gemeentes, veroorzaakt een rechtstreekse druk op zorgprofessionals: zij moeten steeds meer zorg “leveren” in steeds minder tijd. En, zoals staatssecretaris Van Rijn dat destijds zei, toen hij ijskoud 1 miljard bezuinigde op het totaalbudget van 6-7 miljard in de gehandicaptenzorg: “Let maar op, de sector gaat het gewoon doen.”
Het klopt. De sector doet het gewoon. En een regering die op moreel verantwoorde wijze om zou moeten gaan met de verantwoordelijkheid en de gelden die zij heeft, gaat niet alleen staan leunen op die houding, maar maakt er keihard misbruik van.
Ja, de sector doet het, maar tegen welke prijs? Ziekteverzuim stijgt en de uitstroom uit de zorg ook. Dat zijn zo al nare woorden, maar ze worden pas echt naar als je elke keer persoonlijke berichten in je mailbox krijgt met alle persoonlijke drama’s van mensen die zichzelf letterlijk kapot hebben gewerkt, omdat ze de mensen die aan hun zorg waren toevertrouwd, niet in de steek wilden en konden laten. Ik kan je heel wat vertellen inmiddels, want m’n postvak van Zorg in Actie is gevuld met persoonlijke drama’s. Drama’s die elke keer mijn drive om te blijven vechten voor deze prachtige sector versterken.
Op dat verantwoordelijkheidsgevoel leun jij. Van dat verantwoordelijkheidsgevoel maak je grof misbruik, als je zegt dat jij niet gaat over salarisverhoging, omdat dat een zaak is tussen werkgever en werknemer. Je weet donders goed dat die werkgever aan handen en voeten gebonden is door de veel te lage tarieven die er betaald worden. En ja, ik ben me ervan bewust dat er teveel managers en bestuurders zijn die eerst veel te goed voor zichzelf zorgen, voordat ze de rest van het magere budget gaan verdelen over de vele zorgprofessionals die voor hen werken. Daar moet iets aan gebeuren, maar dat aanpakken, zal niet de problemen oplossen die er nu zijn.
Steeds vaker zie ik dat er vacatures geplaatst worden waarin HBO-ers gevraagd worden, maar waarbij een MBO-salaris geboden wordt. Het salarisverschil met het basisonderwijs loopt dan op tot zelfs 1000 euro per maand. Het verschil met het voortgezet onderwijs is dan zelfs 1300 euro per maand. Niet zo gek meer toch, dat 80.000 zorgprofessionals elk jaar de zorg verruilen voor een baan in een andere sector, als je je benen uit je lijf loopt voor een dergelijk salaris?
Of neem al die helpenden en assistent-begeleiders, die er tijdens de bezuinigingen werden uitgewerkt. Te duur, ondanks hun magere salarisje. Nu mogen ze soms weer terugkomen, maar denk maar niet dat ze een beter salaris aangeboden krijgen, of de kans om vanuit hun functie op niveau 2 door te groeien naar niveau 3. Als ze al de kans krijgen om te komen werken in de zorg…
Je biedt doelbewust geen extra budgetten om die salarissen aan te passen naar een niveau waarbij ze ongeveer gelijk worden aan salarissen in andere sectoren, omdat je weet dat zorgprofessionals zich zo ontzettend verantwoordelijk voelen voor ‘hun mensen’. Ze doen het toch wel. “Let maar op, de sector gaat het gewoon doen.”

Ergens snap ik ook wel dat je dat doet. Je weet immers niet hoe het is om je verantwoordelijk te voelen voor iemands gezondheid, iemands welzijn. Je weet niet hoe het is om na een lange en zware dienst er nog maar eentje achteraan te draaien, omdat je collega ziek is en er geen vervanger te vinden is. Je weet niet hoe onmogelijk het is om dan een grens te stellen en te zeggen: “Ik ga toch maar naar huis.” Dat doet een zorgprofessional niet, want die weet dat patiënten of bewoners dan gewoon geen zorg krijgen. En zoals ik op 2 oktober in RTL Late Night al zei: Als we gewoon geen zorg zouden geven, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
Zorgprofessionals weten als geen ander hoe die gevolgen er uit zien, als zij geen zorg geven. En dus gaan ze door, over hun eigen grenzen heen. En zolang jij op dat verantwoordelijkheidsgevoel blijft leunen en niet werkelijk iets doet aan de problemen, maar bezig blijft met het oppoetsen van de imagoschade, gaan die problemen zich niet oplossen. Dan blijven we ronddraaien in dezelfde cirkels, maar vormt zich een spiraal die steeds verder naar beneden beweegt.

Als dat niet is wat je wilt, dan zijn er een paar dingen die NU moeten gebeuren en die jij NU kunt regelen.
Dat begint met het verhogen van onze salarissen: zorg ervoor dat functies juist ingeschaald worden en zorg er daarna ook voor dat ze gelijk komen te staan aan functies van vergelijkbare zwaarte in andere sectoren. Op die manier voorkomen we dat mensen weglopen omdat ze niet meer rondkomen van hun zorgsalaris en op die manier zorgen we ervoor dat meer mensen een baan in een andere sector willen verruilen voor eentje in de zorg. Die mensen moeten nu namelijk teveel loon inleveren en besluiten dan om toch maar niet in de zorg te gaan werken.
Vervolgens moet ervoor gezorgd worden dat CAO’s ook echt nageleefd worden: zorg dat zorgprofessionals weer voor zichzelf op durven komen, zorg dat OR’s weer goed gaan functioneren, zorg dat bonden weer iets te zeggen krijgen: versterk die tegenkrachten, want alleen met voldoende tegenkracht blijft een sector gezond.
En ondertussen moet die enorme berg administratie aangepakt worden. Zorg ervoor dat zorgprofessionals weer vertrouwd worden in wat ze doen, zodat alle controle die er nu is, weer teruggedrongen wordt naar een gezonde vorm van toezicht. Want heus: we snappen allemaal dat toezicht nodig is. Ook in de zorg. Maar laat het toezicht zijn en geen verwoestende controle.
Als dat gebeurt, Hugo, dan zou het zomaar kunnen dat ik dan geen Hugo en jij meer zeg, maar dat je zo gewerkt hebt aan betere imago’s, dat ik spontaan minister De Jonge en u ga zeggen. De zorg heeft het hard nodig dat het zover komt. Jij bent aan zet.

Marijke Volgers
Zorg in Actie

Advertenties

SMART

10 februari 2019 – Marijke Volgers

Als ambulant begeleider GGZ binnen de WMO kom ik thuis bij mensen met psychische of psychiatrische problematiek die het tijdelijk of langdurig niet zelfstandig redden. Mijn taak is om samen met hen te kijken hoe zij het wel (weer) redden, gestuurd door een aantal doelen waarvoor het wijkteam een indicatie afgaf.
Klinkt mooi, of niet? En dat is het ook. Tenminste: het stuk waarbij ik bij mensen thuis kom en met hen aan de slag ga om hen te ondersteunen bij het uitvoeren van taken of bij het leren deze taken (weer) zelf te gaan doen. Dat is prachtig en zeer dankbaar werk. Het is geweldig om mensen te zien groeien en allerlei dingen weer zelf op te zien pakken en het is ook machtig mooi om te zien hoe permanente ondersteuning betekent dat iemand stabiel wordt en blijft en daarmee een zo normaal mogelijk leven kan leiden.
Maar sinds 2015 valt deze ondersteuning onder de WMO en wordt deze betaald door gemeenten die van het rijk direct een budget kregen wat kleiner was dan het budget dat het rijk hier vanuit de AWBZ eerder aan uitgaf. En dat betekende dat er druk op de ketel kwam, want het geld dat er wel was, moest zo efficiënt mogelijk uitgegeven gaan worden.
En dus gingen gemeentes flink aan het sturen op resultaten en efficiënte zorg. Zorg die daarmee vrij snel juist daardoor minder efficiënt werd. Zo moet ik als begeleider een begeleidingsplan maken, waarin leerdoelen SMART verwoord zijn: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. En dat betekent dat een leerdoel er als volgt uit kan komen te zien: “Kees kan per 1 januari 2020 zelfstandig koken.”
Klinkt nog vrij logisch, toch? Daar kan ik als begeleider nog best op sturen, ook al geeft het Kees wel meteen stress: “Wat nou als ik dat dan nog niet kan?”
Het wordt iets minder logisch als Kees een berg schulden heeft en halen van het doel afhankelijk wordt van hoe snel en welwillend andere partijen mee gaan werken: “Op 1 januari 2020 heeft Kees een afbetalingsregeling met de schuldeisers afgesproken en vindt er maandelijkse aflossing plaats.” Heel leuk als ik als begeleider al die partijen zo zou kunnen aansturen dat ze dat ook echt gaan doen, maar de dagelijkse praktijk leert helaas dat die partijen doorgaans minder snel willen werken dan ik als begeleider graag zou willen. En dan haal ik als begeleider het gestelde doel niet, terwijl anderen tegenwerken. En eigenlijk was het ook niet mijn doel, toch, maar dat van de cliënt, want die wil het liefst zo snel mogelijk van die schulden af zijn. Het feit dat mijn cliënt er last van heeft, zorgt er in zichzelf echt wel voor dat ik als begeleider alles uit de kast haal om dat doel zo snel mogelijk te behalen.
En het wordt helemaal tragisch als het om dingen gaat die lastig concreet te meten zijn: “Op 1 januari 2020 is Kees stabiel.” Hoe meet je dat, hoe maak je dat concreet? Want dat is namelijk helemaal niet SMART. En dus ga je concretiseren op deelgebieden en verlies je in dat opdelen van het geheel de grotere som.
Want als je inzet op stabiel zijn, kun je als begeleider alles aangrijpen wat langskomt om daar aan te werken en op het eind van de rit concluderen dat je heel veel hebt gedaan om die stabiliteit te bewerkstelligen. Als je echter inzet op de deelgebieden, maar er komen andere dingen langs die meer prioriteit moeten krijgen, (want zo gaat het in het leven), heb je op papier niet gewerkt aan de gestelde doelen en heb je ze dus ook niet behaald. Met het gevaar dat de gemeente jouw organisatie kort op het budget, omdat je je doelen niet of niet voldoende haalt. Terwijl ondertussen je cliënt veel beter in z’n vel zit dan een jaar tevoren en er zich veel minder problemen voordoen in zijn leven.
Maar omdat de financiering van de zorg die ik geef, afhankelijk is van de vraag of de gemeente betaalt, moet ik dingen af gaan vinken. Dingen die in zichzelf niet verkeerd zijn, maar vreselijk in de weg gaan zitten als ze op afvinklijstjes komen te staan. Want dat afvinken kost een hoop tijd, leidt tot kokervisie en zorgt ervoor dat de focus verlegd wordt van de cliënt naar het voldoen aan de eisen.
Het kan simpeler. Het voert nu te ver om daar op in te gaan, daar wordt dit stuk veel te lang van, maar het kan simpeler. Laten we dat vooral gaan doen. Wordt de zorg weer efficiënt van. En daarmee een stuk goedkoper…

Zwartboek CAO schendingen

7 februari 2019 – Marijke Volgers

Hallo allemaal,

de laatste tijd zien we weer een flink aantal gevallen langs komen waarin de werkgever zich niet houdt aan de CAO: problemen rond ziekmeldingen en uitbetalen van ziekteuren, het niet uitbetalen van reistijd werk-werk, het niet uitbetalen van scholing… en ga zo nog maar even door.
We willen daar een zwartboek van maken, zodat we met bonden en VWS kunnen gaan kijken wat hieraan te doen is.
Als jij dus te maken hebt met een werkgever die zich niet aan de CAO of andere wetgeving houdt, laat dan even weten om welke werkgever het gaat en wat er concreet fout gaat. Dat mag uiteraard ook in een priveberichtje, als je bang bent dat te zichtbaar aankaarten tot problemen kan leiden!
Melden maar!

Brandbrief kraamzorg

29 januari 2019 – Astrid van Schaick

Een nieuw jaar dus nieuwe ronde en nieuwe kansen. Vandaag heb ik deze brief naar de minister verzonden. Ook onze beroepsorganisatie gaan deze brief ontvangen. Jullie mogen de brief delen want de meer aandacht er komt de meer kans op een betere CAO volgend jaar, maar versturen zou nog veel leuker zijn.
Helpen jullie mee??

#KraamzorginActie

Brandbrief voor minister Bruno Bruins,
Geachte minister,
Ik ben werkzaam in de zorg. In de kraamzorg om precies te zijn. Dit beroep staat zwaar onder druk. Zoals zoveel zorgberoepen, helaas. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kraamverzorgende er het slechts vanaf komen qua salaris, arbeidsvoorwaarden en wachtvergoedingen.
Van de 10 a 11 duizend kraamverzorgende die er nodig zijn, zijn er nog rond 8.000 over.
Voor onze wachtdagen, voor we aan het werk gaan , krijgen we totaal geen vergoeding.
Wij tijdens onze werkweek in de avond/nacht een bevalling hebben en de volgende dag gewoon weer aan het werk moeten.
Wij gemiddeld 40 uur per maand onbetaalde tijd investeren in ons vak, wachtdagen, reistijd, invullen van onze uren, overdracht schrijven, kritische observatie invullen.
Wij tijdens een babyboom mentaal gedwongen worden om langer te werken dan verantwoord is, meerdere gezinnen per dag , en dan ook nog in de avond/nacht een bevalling of opstart doen.
Er collega’s uit het vak gaan zodra ze zelf een kind krijgen omdat het niet meer te combineren is.
Door het lage salaris en slechte vergoedingen wij het financieel niet meer rond krijgen door de stijgende kosten en ook daardoor weer meer kraamverzorgende het bedrijfsleven in gaan.
Wij in een angstcultuur werken zodat er zeer weinig kraamverzorgende hun mond open doen.
Er kraambureau’s failliet gaan door te hoge kosten en te lage vergoedingen voor de kraamzorg.
Er teams worden opgeheven omdat het personeel massaal ontslag heeft genomen en elders werkt.
Er onvoldoende vergoedingen zijn om nieuw personeel op te leiden, onze gemiddelde leeftijd is nu 44,4 jaar.
Wij vinden dat de uurvergoeding van de NZA met 10 euro per uur verhoogd moet worden.
Wij er van overtuigd zijn dat de zorgkosten de pan uit stijgen zodra wij met onze kennis niet meer werken in de gezinnen. En dat na al die investeringen in de kennis van de laatste jaren.
Wij weten dat er nu meerdere organisaties zijn die in verschillende delen van het land een stop zetten op de inschrijvingen van zwangere om zo te zorgen dat we iig de ingeschreven zwangere de zorg kunnen geven waar ze recht op hebben en bij ons de stress te verlagen, lukt lang niet altijd.
Het is nu 2 voor 12. Wij zijn een uitstervend vak. Je zou denken dat schaarste duur maakt maar dat gaat met dit beroep niet op. Vraag eens rond in uw eigen omgeving hoe men de kraamzorg heeft ervaren en hoeveel men er aan heeft gehad. Wij horen heel vaak dat we een grote toegevoegde waarde zijn geweest in de ontdekkingsreis die gezinnen hebben gehad.
Onze reddingsboei ligt bij de NZA en BO-Geboortezorg. Het is mijn inziens uw taak om deze organisaties op hun verantwoordelijkheid te wijzen en ervoor te zorgen dat onze werkgevers ons een fatsoenlijk en eerlijk salaris kunnen betalen. Betere arbeidsvoorwaarden waarbij de risico’s door beide wordt gedragen en nu zoals nu alles bij de kraamverzorgende ligt. Mijn directeur is met vervroegd pensioen gegaan. Gun ik hem maar mijzelf en mijn collega’s ook. Gaat voor ons niet gebeuren vrees ik. Met de huidige werkstress gaat het gros van de kraamverzorgende de eindstreep van pensioenleeftijd niet halen.
Astrid van Schaick, woordvoerster van kraamzorg in actie

Ministerie van VWS
tav Bruno Bruins
Postbus 20350
2500EJ Den Haag .